De voorbereidingen voor Australië worden alsmaar concreter. Geen akelige droompjes meer, harde realiteit deze keer. En dat ze hard is zal ik geweten hebben! Het grootste deel van de tijd gaat immers uit naar het plannen van een maandje de toerist uithangen down-under.
2700 km, 40 uur in de wagen langs de Pacific en Bruce Highway, 4 en een half uur vliegen… dat is wat de Australia Driving Distance Calculator vertelt. Van Sydney naar Cairns en terug, dat is de route die we willen volgen. Hoe, wat, waar, wanneer, hoe…? Het is voorlopig nog een groot vraagteken.
Maar wat wil je? Zo’n groot land, zoveel te zien! Er is gewoon geen beginnen aan! En elimineren doet pijn, véél pijn. Alles willen we zien! Van de rode woestijn met zijn bekende Ayers Rock (ofte Uluru), tot het subtropische waterparadijs in het Great Barrier Reef, over gezellige kuststadjes zoals Port Macquarie en Coffs Harbour tot outbacktaferelen in Taree, Lismore en Toowoomba, over het tropisch regenwoud in het noorden en de Snowy Mountains in het Zuiden en natuurlijk niet te vergeten de stad der steden: Sydney.
Voorgaand lijstje is eigenlijk nog maar een peulschil. Dat Australië een zeer grote truckendoos heeft werd me reeds zéér duidelijk. Ik hoop in ieder geval goed gebruik te kunnen maken van mijn weekends in Canberra. De dichtbijgelegen natuurwonderen zullen zeker en vast de moeite waard zijn. En voor een weekendje Sydney zal er ook wel een gaatje te vinden zijn. Ik betreed trouwens Australische grond in Sydney. En om de eerste kennismaking tot een goed eind te brengen wil ik er dan al de stad verkennen.
Ik zou bijna mijn stage nog vergeten. Twee maanden vertoeven op de Belgische ambassade in de hoofdstad van de Aussies. De slaapplaats blijft me voorlopig nog een raadsel. Maar ik zet vol goede hoop mijn zoektocht voort. Ik ken ondertussen alle mogelijke sites kamers op te vinden zijn. ‘Share’, dat is hoe ze het down-under doen. Vrij vertaald is dat het huren van een kamer, meestal in een appartement of huis, waar je de gemeenschappelijke plekken met je huisgenoten deelt.
Nog niet zo lang geleden kwam ik trouwens te weten dat ik niet de enige vreemde eend in de bijt zal zijn op de Ambassade. Een medestudent, uit Brussel weliswaar, zal me daar vervoegen. Volgende week ontmoet ik haar eindelijk. Wat de voertaal zal zijn, daar zijn we nog niet uit. Haar moedertaal is Frans, net niet mijn favoriete taal. Gelukkig zijn we beiden een grote fan van de Engelse taal. Al zou ene mevrouw die ik nu liever niet vernoem het wel niet slecht vinden moest ik mijn tweede taal een beetje verbeteren. Mogelijkheden genoeg op mijn stage denk ik dan! Want jawel, op een Belgische ambassade worden de twee talen gesproken. Geen “G’day”, “Catch you later, mate” of “I reckon” dus.
Muziek: Mika – Grace Kelly




