Van de 24 op den 10 of 11, op de 7 of de 4. Elke ochtend en elke avond dompel ik mezelf een half uur lang onder in de grote Antwerpse massa. Diversiteit alom: groot, klein, dun, dik, Oosters, Marrokaans, Turks, Vlaams, Belgisch, … een ware culturele ontdekking.
Hoeveel jaren, dagen of uren ik al op het openbaar vervoer versleten heb is ondertussen niet meer op twee handen te tellen. Toch ben ik nog elke dag verbaasd van wat ik zie en hoor op mijn dagelijkse tramritjes (over de geur zullen we het maar niet hebben zeker?).
Vandaag werd mijn aandacht getrokken door een jonge vrouw die miszien werd voor een wulpse tiener. Niet echt abnormaal, haar klederdracht in acht genomen. De oude dame die deze vergissing beging werd hiervoor echter flink afgestraft. Zij, én de rest van het rijstel, kreeg een vrolijke monoloog te horen.
Het verhaal ging van start in een groentenwinkel. Hier begon de Antwerpse (het accent was moeilijk te verstoppen) schone haar carrière. Na een hevige scheldpartij middenin de winkel waarbij ze haar bazin eens goed de les had gespeld, werd het kiezen of delen. Ze koos voor haar C4, de dag voor haar verjaardag nog wel! Na twee weken en een half werkloos geweest te zijn vond ze echter de job van haar leven: poetsvrouw (via Randstad, een essentieel punt in haar verhaal!). Waarna ze trouwens ook concludeerde dat een job vinden toch niet zo moeilijk is, als zij er zelfs één vond? Haar vriend was ook geen moeilijke want hij had de job van zijn dromen gevonden in de Quick.
Blij dat ze haar roeping had gevonden, ging ze vlijtig poetsen. Van veeleisende advocaten tot vriendelijke huisvrouwtjes die haar zelfs koffie met een koekje aanboden, ze maakte wat mee met tijdens haar poetsrondes. Verder drukte ze de oude dame ook meermaals op hart dat heelder dagen kuisen zwaar onderschat werd. Ook rang of stand maakte voor de spraakwaterbron niets uit, dokter of poetsvrouw, allemaal waren ze gelijk.
En zo ging het jong ding maar door. Steeds in herhaling vallend, tegen een ouderling die er geen woord tussen kreeg én tegen de rest van de reizigers die dit verhaal moeilijk konden negeren (tenzij je natuurlijk “cool” was en je trommelvliezen een plezier deed met een “rustig” muziekje).
Bij deze wil ik toch even benadrukken dat ik niets tegen poetsvrouwen heb. En nee, ook niet tegen de schaars geklede, plat Antwerps pratende soort. Wat me wel van tijd tot tijd stoort zijn het hoge aantal decibels dat met dit soort situaties gepaard gaat. Gelukkig is met de tram rijden toch altijd een beetje reizen.




